Logo

Het ontstaan

Als jonge apotheker krijg je vaak bij je eerste baan de verantwoordelijkheid over de bereidingen. Enthousiast als je bent, duik je er met volle overtuiging in. Al snel kom je tot de ontdekking, dat de schoolbank cq theoretische kennis qua bereidingen, lang niet altijd toereikend is voor de vele bereidingsvragen uit het werkveld. Ervaring en kennis uit de praktijk zijn dan ook meer dan welkom.

Arjen Feenstra, Marcel Kooy en Steven Smits


Terwijl wij –Arjen, Marcel en Steven – midden in dit ontwikkelings-/ verkenningsproces zitten, gaat de Monotrim® suspensie uit de handel. Het alternatief van tabletten of zelfs capsules biedt lang niet in alle gevallen soelaas en de schreeuw om een vloeibare vorm klinkt dan ook al gauw door heel Nederland. Er is geen FNA voorschrift voorhanden en verwerken in de basis voor suspensie wordt afgeraden. Het voelt bijna alsof je met de rug tegen de muur staat; welke oplossing ook wordt gekozen, een correcte formulering kost tijd en moet nog worden bedacht.

Dan blijkt dat er met een paar intensieve belrondjes tussen diverse collegae in den landen een voorschrift kon worden ontwikkeld en geanalyseerd door een laboratorium. Hiermee ontstond het idee van de initiatiefnemers van L@MA, Arjen Feenstra, Marcel Kooy en Steven Smits, voor een soort marktplaats voor niet-gestandaardiseerde bereidingsprotocollen.

ProType

Al snel is contact gelegd met het brein achter Old Bike Soft: Joep Oude Veldhuis. Old Bike Soft is leverancier van de programma’s ProType, LabType en FreeType. Veel apotheken maken gebruik van ProType waarmee chargebereidingsvoorschriften (CBV’s) geschreven en onderhouden kunnen worden.
De samenwerking heeft geleid tot het een internetapplicatie waar CBV’s kunnen worden uitgewisseld: het CBV Plaza. Voor meer informatie over het CBV Plaza klikt u hier.

De rol van L@MA

Wanneer CBV’s door collega’s worden geupload, worden deze in een buffer geplaatst waaruit L@MA de CBV’s kan vrijgeven. Bij het vrijgeven wordt niet inhoudelijk gekeken naar het protocol, maar wel of het CBV voldoet aan bepaalde eisen over bijvoorbeeld de naamgeving. In een later stadium wordt het voor collega’s ook mogelijk om op- en aanmerkingen te plaatsen bij een protocol. L@MA vervult hierbij vooral een beherende rol.

© Landelijke Magistrale Apotheekbereidingen 2005